VIGOUROUX BINDSYSTEMEN

Technisch Vervanging van onderdelen en afstelling ATTALINK

Deze reparatiehandleiding downloaden

 

ATTALINK 3A en 6A

Afstelling - Vervanging van onderdelen

Opmerking: de afbeeldingen van deze handleiding betreffen de ATTALINK model 6A en kunnen enigszins afwijken van andere modellen.

 

I- Slijpen van de metaalrem indien het metaal achteruit gaat

Slijp de onderkant plat (foto 1) en de bovenkant schuin (foto 2) met een vijl met een halfzachte korrel. De braam die ontstaat op de snede van het mes moet worden verwijderd. Slijp daarom eerst de onderkant van het mes plat, ga dan zachtjes over de snede omhoog en eindig op de bovenkant. Controleer de scherpte door met een tang stevig aan de metaalband te trekken. De metaalrem moet het onmogelijk maken om de metaalband naar achteren te trekken (foto 3).

II- Vervanging van de metaalrem of de remveer

1- Haal met een schroevendraaier en remsteun omhoog (foto 4).
LET OP! Kijk goed naar de positie van deze steun ten opzichte van de tangarm, zodat u de steun later weer in dezelfde stand terug kunt plaatsen.
2- Haal de twee doppen van de remas.
3- Verwijder de remas en pas op voor de veer die eruit kan springen (pas op uw gezicht). Verwijder de rem en de veer (foto 5).
4- Vervang het kapotte onderdeel.
5- Plaats de as door de veer en de rem. Zet de as vast met nieuwe doppen. Het is moeilijk om een gedemonteerde dop weer op de as te zetten.
6- Zet de remsteun weer in de juiste stand.
7- Als de veer is vervangen, moet het uiteinde kort op de rem worden afgeknipt om verwonding bij gebruik van de tang te voorkomen. Span het uiteinde van de veer tegen de binnenzijde van de tangarm om de rem de juiste spanning te geven (foto 6). Als de veer te soepel is, werkt de rem niet goed.

III- Vervanging van de veerplaat

1- Verwijder de nagel met behulp van een mes (foto 7). Verwijder de versleten veerplaat.
2- Plaats de nieuwe veerplaat (onderdeel nr. 8 / nr. 6-8) in de gleuf van het metaalmes. Let op de positie van de buiging (inzet foto 8).
3- Plaats de veerplaat met een nieuwe nagel door de onderzijde van het gat van de veerplaathouder.
4- Knijp de kop van de nagel plat met een waterpomptang. Let erop dat de positie van het geheel van de remsteun niet verandert (foto 9).

IV- Complete of gedeeltelijke vervanging van het metaalmes

1- Haal de aluminium band uit de gleuf van het metaalmes.
2- Verwijder de bevestigingsschroef van de guillotine (nr. 5C) aan de zijde van de nylon schroef (foto 10).
3- Haal de zijkant van de arm omhoog met een schroevendraaier als hefboom om het metaalmes vrij te maken (foto 11).
4- Vervang elk kapot onderdeel en plaats de geleiderplaat weer in de gleuf van het metaalmes.
5- Plaats de pennen van het interne onderdeel van het metaalmes (onderdeel nr. 6a) in lijn met de uitsparingen en knijp het geheel dicht met een waterpomptang (foto 12).
6- Draad de schroef van de guillotine vast (onderdeel nr. 5C).
7- Regel de afstelling van het metaalmes (zie paragraaf V).

V- Afstelling van het metaalmes

Hiervoor kan een speciaal door Vigouroux geleverd gereedschap worden gebruikt (foto 16).


Controleer of het metaal goed omhoog komt en op het juiste moment van de bindcyclus wordt afgesneden.
1- Het metaal moet ongeveer 1 mm uit het interne onderdeel steken (foto 13).
Als het metaal niet ver genoeg omhoog komt, buig dan het afstelstangetje op het handvat iets omhoog door het naar voren te drukken. Als het metaal te ver omhoog komt, verbuig dan dit stangetje door het naar achteren te duwen (foto 14). Met deze afstelling wordt de buiging die de metaalband bij het sluiten van de tang krijgt gewijzigd. Hierdoor verandert ook de lengte van de metaalband die uit de gleuf van het metaalmes steekt als de tang weer wordt geopend. Uiteraard moet deze afstelling alleen worden gewijzigd als u er zeker van bent dat de metaalrem goed functioneert (foto 3). 


2- Het moment van de afsnijding van het metaal kan zonodig worden bijgesteld. Activeer de tang heel langzaam terwijl u het plastic uiteinde van de draadklem (onderdeel 19N) stevig met een vinger tegenhoudt, tot u de klik hoort van het metaalmes (foto 15).
De band moet worden afgesneden als het plastic uiteinde van de draadklem (A op foto 15) zich in de op foto 15 aangegeven zone bevindt. Als het afsnijden eerder gebeurt, moet de hoek van de drijfstang nr. 13 worden verkleind (pijl B op foto 16). Als het afsnijden later gebeurt, moet de drijfstang rechter worden gezet (pijl A op foto 16). Gebruik hiervoor het door ons geleverde speciale gereedschap.
3- De bij 1 en 2 beschreven handelingen moeten één voor één worden uitgevoerd, omdat elke afstelling invloed heeft op de andere. Daarom wordt het aangeraden om deze handelingen in kleine stappen uit te voeren.

VI- Vervanging van het draadmes (onderdeel nr. 4A)

a- Alleen bij de ATTALINK-3A: verwijder de retourveer (onderdeel nr. 14C)
b- Draai de schroef (onderdeel nr. 15) van de draadklemhouder (onderdeel nr. 18A) los en demonteer deze.
c- Draai de schroef nr. 3 van het draadmes (onderdeel nr. 4A) en de draadhouder (onderdeel nr. 25) los.
d- Vervang het draadmes en zet de draadhouder op zijn plaats.

 

e- Draai de schroef van het mes en de draadhouder weer aan.
f- Zet de draadklemhouder (onderdeel nr. 18A) op zijn plaats.
g- Draai het geheel van de draadklemhouder en de veerplaat (onderdeel nr. 20C) vast terwijl u de zijkanten van de arm samenklemt bij de as van de draadklem.
Bij ATTALINK 3A: maak de retourveer weer vast.
h- Controleer of het mes goed door de gleuf van de guillotine (onderdeel nr. 5C) schuift als de tang wordt gesloten.
Opmerking: U kunt de procedure voor de instelling van onderdeel nr. 4 op de houder nr. 18 per e-mail aanvragen.

VII- Draadklem (onderdeel nr. 19N)

De steun van de draaduitgang heeft een hoek van 90 tot 95° ten opzichte van het rechte deel van de tangarm (foto 18). Deze hoek moet worden gehandhaafd voor een goed functioneren van het draadklemsysteem.




De draadklem bestaat uit twee bewegende onderdelen. Een bovenste draadklem van plastic en een onderste draadklem van metaal. Deze twee onderdelen bewegen op een as en worden door een veer gespannen.

1- Instelling van de vorm van de onderste draadklem.
De foto's 19 en 20 tonen de vorm van de onderste draadklem. Van opzij gezien, moet deze een lichte hoek vormen met de bovenste draadklem, zodat het uiteinde de meeste druk op de draad uitoefent. Van voren gezien, moet de hoek met de bovenste draadklem zodanig zijn, dat de draad zo dicht mogelijk bij het gat van de draaduitgang wordt gepakt. Deze afstelling gebeurt met behulp van een tang.

2- Instelling van de positie van de onderste draadklem.



  De onderste draadklem moet bij het sluiten van de tang zo dicht mogelijk langs de draaduitgang gaan (foto 21) en in de hoogte iets onder het gat van de draaduitgang (foto 22). De zijwaartse afstelling gebeurt met een tang. De hoogte wordt ingesteld met een schroevendraaier:
a- Als de onderste draadklem te hoog passeert, moet het achterste deel worden verbogen (onder de veerplaat nr. 20C). Zet hem vast met de staaf van een schroevendraaier en druk met de vingers op de voorzijde (foto 23).
b- Als hij te laag is, moet hij met een schroevendraaier rechter worden gemaakt (foto 24).

3- Instelling van de hoek van de bovenste draadklem van plastic. Afstelling



De positie moet zodanig zijn dat hij bij sluiting van de tang (foto 25) ongeveer 2 mm onder de geleider van de draadklem schuift (zie de rode cirkel). De veerplaat van de draadklem (onderdeel nr. 20C) regelt deze positie.
Door met een tang de druk op de punten A en B (foto's 26 en 27) te wijzigen, kan de hoek van de draadklem worden beïnvloed en dus ook de positie onder de draadklemgeleider.

4- Spanning van de veerplaat (onderdeel nr. 20C) van de draadklem.
De door de veerplaat uitgeoefende druk stabiliseert het geheel van de draadklem en geeft een meer of minder grote weerstand bij de beweging.
Als de weerstand te zwak is, passeert de draadklem bij elke bindbeweging onder het oog (of slaat er tegen aan). Dit veroorzaakt een slecht functioneren. Als de weerstand te sterk is, leidt de wrijving bij het openen van de tang, als de draadklem onder het oog langs gaat, tot een blokkering van de tang in gesloten stand.

De spanning van de veerplaat kan na demontage worden veranderd door het plaatje met een tang te verbuigen (foto 28).


VIII- Vervanging van de afstandhouder (onderdeel nr. 17 / nr. 6-17) van de draadtransporteur (onderdeel nr. 11 / nr. 6-11)

Om de afstandhouder (onderdeel nr. 17 / nr. 6-17) te vervangen, moet eerst de veer (onderdeel nr. 14 / nr. 6-14) worden gedemonteerd. Verwijder daarna een dop (nr 10b) op een uiteinde van de as (nr. 22a / nr. 6-22a) (foto 29) en haal de as uit de geleider. Verwijder het versleten onderdeel door met een schroevendraaier de gevouwen metalen strip te openen (foto 30).
Plaats een nieuwe afstandhouder in de juiste stand zoals aangegeven op foto 31.
Buig de metalen strip dicht met een waterpomptang om de afstandhouder te vergrendelen.
Attentie: De afstandhouder moet niet worden vastgeklemd en moet vrij kunnen draaien.
Monteer de as in de geleider van het handvat, door een oog van de grote hendel, door de afstandhouder (nr. 17 / nr. 6-17), daarna door het andere oog van de grote hendel en tenslotte in de andere kant van de geleider van het handvat. Plaats een nieuwe dop (nr. 10b).
Maak de veer weer vast (nr. 14 / nr. 6-14).